Hij komt rechtstreeks van de schietbaan. Het was vandaag zijn laatste kans om zijn wapen te behouden. Opgelucht dat het gelukt is maar moe van het haasten, zit hij hijgend voor me. Te laat komen was geen optie.
Ik onderbreek zijn woordenstroom met een handgebaar. ‘Kom even op adem Eric.’ Mijn stem klinkt moederlijk.
‘Oh ja, ja… ik ben wel moe ja.’ Zijn wenkbrauwen krommen zich tot een pijnlijke frons.
Als ik niet was gegaan, zou ik mijn wapen kwijtraken.
Zo’n veertig jaar werkt hij bij de politie. Een rechtgeaarde man: integer, doortastend en betrouwbaar. Een fijn mens. Ik mag hem graag.
Deze motoragent is streng voor zichzelf, héél streng. Met wilskracht en discipline heeft hij het geschopt tot de mooiste baan van zijn leven; scheuren op de motor en collega’s de kneepjes van het vak bijbrengen. Dat is wie hij is en wil zijn.
Dat hij vanaf zijn 19e keer op keer kanker kreeg, meerdere familieleden verloor aan deze ziekte en een scheiding doormaakte, waren geen belemmering om het rustiger aan te doen. Nou ja, soms dan, als het echt niet anders kon. Zoals die keer dat hij van de pijn niet meer op zijn benen kon staan. Verschrikkelijk was dat. Vooral dat looprekje en de uitgestoken hand. Hij kon wel door de grond zakken van schaamte.
Kennelijk is hulp nodig hebben zielig.
Keer op keer krabbelde hij op naar zijn oude niveau. Doortastend en met de touwtjes in handen door korte lijntjes met de specialist en intensieve revalidatietrajecten.
Maar eigenlijk gaat het niet meer. De hormoontherapie doet iets met zijn mannelijkheid. Zijn lijf is veranderd en daardoor ook zijn relatie. Vastberaden en met kunst en vliegwerk probeert hij zijn oude leven terug te krijgen. Tegen beter weten in, is opgeven geen optie. Het is een harde noot om te kraken.
Tussen de regels door krijg ik iets mee van de politiecultuur. Hoe een terloopse opmerking bij de koffiemachine ‘dat ging niet goed hé, gisteren’ iemand onderuit kan halen. Elke fout wordt door collega’s genadeloos afgerekend.
‘Wie ben ik als ik mijn werk niet meer kan doen?’ Met een blik vol wanhoop vertelt hij wat er zich afgelopen week voordeed. Hij ging onderuit met de motor en werd uit de training gehaald. Opnieuw kon hij wel door de grond zakken. Moedig durft hij zijn kwetsbaarheid te laten zien en de pijn te voelen. De barstjes in zijn pantser geven mij vertrouwen. Want waar het barst, valt het licht door.
Mirjam Koppenol
Mirjam werkt sinds 2019 bij het Helen Dowling Instituut en is GZ-psycholoog. Graag maakt zij anderen deelgenoot van haar ervaringen als therapeut, en geeft ze een inkijkje in de therapiekamer. Onlangs verscheen haar boek ‘Het is ooit! 1600 kilometer onderweg naar mezelf’. Wil je reageren, dan kan dat via mkoppenol@hdi.nl





