Kwaliteitsstatuut
Per 1 januari 2017 zijn alle aanbieders van ‘geneeskundige ggz’, dat wil zeggen generalistische basis-ggz en gespecialiseerde ggz binnen de Zorgverzekeringswet, verplicht een Kwaliteitsstatuut openbaar te maken. Dit betreft een goedgekeurd Kwaliteitsstatuut.

I. Algemene informatie
1. Gegevens ggz-aanbieder
- Naam instelling: Stichting Helen Dowling Instituut
- Hoofd postadres, straat en huisnummer: Professor Bronkhorstlaan 20
- Hoofd postadres, postcode en plaats: 3723 MB Bilthoven
- Website: www.hdi.nl
- KvK-nummer: 41130271
- AGB-code 1: 73730901
2. Gegevens contactpersoon/aanspreekpunt:
- Naam: Martine van der Goot
- E-mailadres: mvandergoot@hdi.nl
- Tweede e-mailadres
- Telefoonnummer: 030 252 4020
3. Onze locaties vindt u hier:
4. Beschrijving aandachtsgebieden/zorgaanbod
4.A Algemene visie/werkwijze en cliëntenpopulatie
[Beschrijf in maximaal 10 zinnen de algemene visie/werkwijze van uw instelling en hoe uw cliëntenpopulatie eruit ziet. Bijvoorbeeld: Op welke problematiek/doelgroep richt uw instelling zich, betrekt u familie/omgeving in de behandeling, past u eHealth(toepassingen) toe, etc).]
Stichting Helen Dowling Instituut (HDI) biedt psychologische zorg aan mensen met kanker en hun naasten.
Onze missie is het vergroten van de veerkracht en kwaliteit van leven bij kanker. Wij richten ons op de diagnose en behandeling van aan de ziekte gerelateerde psychische problemen. Ook mensen met andere levensbedreigende ziekten kunnen bij ons terecht voor psychologische behandeling.
Onze behandelingen bestaan uit individuele therapie, relatie- en gezinstherapie en groepstherapieën. Behandelingen vinden zowel face to face als online plaats en worden waar mogelijk ondersteund met e-health. Wij hebben zorgaanbod in zowel de generalistische basis GGZ (lichte tot matige problematiek), de gespecialiseerde GGZ (ernstige of complexere problematiek) en hoogspecialistische GGZ (TOPGGZ; zeer ernstige, complexe danwel zeldzame problematiek).
4.B Cliënten met de volgende hoofddiagnose(s) kunnen bij Stichting Helen Dowling Instituut terecht:
- Angststoornissen
- Bipolaire stemmingsstoornissen
- Depressieve stemmingsstoornissen
- Obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen
- Somatische symptoomstoornis en verwante stoornissen
- Trauma- en stressgerelateerde stoornissen
4.C Biedt Stichting Helen Dowling Instituut hoogspecialistische ggz (3e lijns ggz)?
Ja, wij hebben een afdeling hoogspecialistische ggz
4.D Heeft het Helen Dowling Instituut nog overige specialismen? (optioneel, meerdere antwoorden mogelijk)
Ons specialisme is het behandelen van psychologische aandoeningen gerelateerd aan levensbedreigende ziekte(n), in het bijzonder kanker.
5. Beschrijving professioneel netwerk:
Stichting Helen Dowling Instituut werkt breed samen, van pre-aanmelding tot afsluiting van een behandeltraject met verschillende partners in de zorgketen. Hieronder staan verschillende samenwerkingsverbanden beschreven:
- Stichting Helen Dowling Instituut heeft een plaats binnen de oncologische ketenzorg en als zodanig samenwerking met de regionale ziekenhuizen, Universitair Medische Centra, palliatieve zorgnetwerken, regionale oncologische zorgnetwerken, informele zorg zoals verenigd in IPSO, centra voor leven met en na kanker, patiëntenverenigingen als Borstkanker Vereniging Nederland (BVN) en de koepel Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK), de oncologische revalidatie en oncologische fysiotherapie, het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en de Nederlandse Vereniging voor Psychosociale Oncologie (NVPO).
- Cliënten worden verwezen door huisartsen, medisch en verpleegkundig specialisten, bedrijfsartsen en collega-ggz instellingen. Gedurende het behandeltraject wordt terug gerapporteerd bij evaluatie, doorverwijzing en afsluiting. Wanneer geïndiceerd wordt tussentijds overlegd met verwijzers. Zij kunnen ook gebruik maken van onze consultatiedienst.
- Er wordt nauw samengewerkt met oncologisch fysiotherapeuten en haptotherapeuten op basis van onderlinge (geadviseerde) verwijzing.
- Praktijkondersteuners GGZ in huisartsenpraktijken kunnen cliënten gedurende de wachttijd voor de start van een behandeling overbruggen of cliënten opvolgen wanneer een behandeling is afgerond. In voorkomende gevallen vindt onderling overleg en afstemming plaats over op- en afschaling van de zorg. Ook maken zij gebruik van onze consultatiedienst.
- Van oudsher is er samenwerking op inhoudelijk gebied met de vier andere psycho-oncologische centra (Behouden Huys Haren, Ingeborg Douwes Centrum Amsterdam, De Vruchtenburg Rotterdam, Aesklepios Sittard/Heerlen).
- Samenwerking, doorverwijzing en afstemmen zorgaanbod vindt plaats met:
- Palliatieve zorgnetwerken
- Raamovereenkomst Utrecht geestelijk gezond (Huisartsen Stad Utrecht)
www.huisartsenstadutrecht.nl - Netwerken voor oncologische ketenzorg (bv IKNL, ONZG)
- Eerstelijnszorg netwerken OCE, organisatie voor samenhang, samenwerking, continuïteit en innovatie binnen de chronische eerstelijnszorg in Nijmegen en omgeving, www.ocenijmegen.nl.
- Scholing
Stichting Helen Dowling Instituut is erkend als praktijkinstelling voor BIG-opleidingen en heeft als zodanig een samenwerkingsverband met de RINO-groep in Utrecht. Ook vindt er uitwisseling plaats met andere GGZ-instellingen of afdelingen (neuro)psychologie in het kader van deze opleidingen. Daarnaast draagt het Stichting Helen Dowling Instituut actief bij aan kennisdeling, middels het geven van scholingen voor het voorveld, psychologen en andere belangstellenden.
6. Stichting Helen Dowling Instituut biedt zorg aan in:
Er is sprake van een overgangssituatie waarbij we zowel werken met een onderscheid in generalistische basis-ggz en gespecialiseerde ggz als een indeling naar settings van het Zorgprestatiemodel. In de toekomst zal het eerste onderscheid komen te vervallen.
Setting 2 (ambulant – monodisciplinair)/generalistische basis ggz:
Regiebehandelaren:
- Klinisch psycholoog
- Psychotherapeut
- GZ-psycholoog
De indicerende rol en coördinerende rol kan door alle regiebehandelaren worden uitgevoerd. Er is altijd een psychiater/klinisch psycholoog/ psychotherapeut beschikbaar voor advies en consultatie binnen het multidisciplinaire team
Setting 2 (ambulant – monodisciplinair)/ gespecialiseerde ggz:
Regiebehandelaren:
- Psychiater
- Klinisch psycholoog
- Psychotherapeut
- GZ-psycholoog
De indicerende rol en coördinerende rol kan door alle regiebehandelaren worden uitgevoerd. In de g-ggz wordt de diagnostiek en indicatiestelling altijd in het MDO besproken, die onder leiding staat van een psychiater of klinisch psycholoog. De voortgang van de behandeling wordt op vaste evaluatiemomenten en op indicatie van de behandelaar besproken in het MDO.
Setting 3 (ambulant – monodisciplinair):
Regiebehandelaren:
- Psychiater
- Klinisch psycholoog
- Psychotherapeut
- GZ-psycholoog
De indicerende rol en coördinerende rol kan door alle regiebehandelaren worden uitgevoerd. In de g-ggz wordt de diagnostiek en indicatiestelling altijd in het MDO besproken, die onder leiding staat van een psychiater of klinisch psycholoog. De voortgang van de behandeling wordt op vaste evaluatiemomenten en op indicatie van de behandelaar besproken in het MDO.
Setting 8 (hoogspecialistisch (ambulant en klinisch, met contractvoorwaarde)):
7. Structurele samenwerkingspartners
Stichting Helen Dowling Instituut werkt ten behoeve van de behandeling en begeleiding van cliënten samen met:
- Ziekenhuizen
- Huisartsen
- POH-GGZ
- GGZ-instellingen
- Haptotherapeuten
- Psycho-oncologische centra:
o Het Behouden Huys
Rijksstraatweg 363-a, 9752 CH Haren
www.behoudenhuys.nl
o Ingeborg Douwes Centrum
IJsbaanpad 9-11, 1076 CV Amsterdam
www.ingeborgdouwescentrum.nl
o SanaVera
Straatweg 171, 3054 AD Rotterdam
www.sanavera.nl
o Fortagroep De Vruchtenburg
Oude Vest 17, 2312 XR Leiden
www.fortagroep.nl
o Psycho-oncologisch centrum Zuyderland – Aesclepios
Henri Dunantstraat 5, 6419 PC Heerlen
www.zuyderland.nl - Oncologische Revalidatie Klimmendaal
www.klimmendaal.nl - Fysiotherapie
o TOPSEREEN
www.sportsereen.nl/info/fisio/
o Oedeem en Oncologie Fysiotherapie (OOFU)
Hoofdvestiging: Herculesplein 379, 3584 AA, Utrecht
www.oofu.nl - Stichting Tegenkracht: Oncopol
o https://www.tegenkracht.nl/oncopol/ - Fibula, consultief palliatief team
www.stichtingfibula.nl - Netwerken:
o Huisartsen Stad (HUS)
Arthur van Schendelstraat 622, 3511 MJ, Utrecht
www.huisartsenstadutrecht.nl
o Consortium Septet, netwerk palliatieve zorg Utrecht Stad en Zuidoost Utrecht
www.netwerkpalliatievezorg.nl/utrechtstadenzuidoost
o Netwerk Zorg op Maat, netwerk voor oncologische ketenzorg
www.iknl.nl
o Regionale overlegtafel en Transfertafel Eemland, GGZ Centraal
Overlegtafel GGZ: samen voor betere en snellere zorg en ondersteuning – GGz Centraal
o NZMK, overkoepelend orgaan voor alle oncologische zorgnetwerken uit de regio
o OCE, organisatie voor samenhang, samenwerking, continuïteit en innovatie binnen de
chronische eerstelijnszorg in Nijmegen en omgeving.
www.ocenijmegen.nl
o Netwerk palliatieve zorg Zuid Gelderland
www.netwerkpalliatievezorg.nl/zuidgelderland/Zorg-in-uw-regio
o Oncologienetwerk Zuid Gelderland
www.onzg.nl
o Proscoop, projectgroep psychosociale zorg
www.proscoop.nl
o Netwerk palliatieve zorg Arnhem
www.netwerkpalliatievezorg.nl/netwerkarnhem
o Oncologienetwerk Midden Gelderland
www.oncologienetwerkmiddengelderland.nl - Koepel- en branche-organisaties:
o Beroepsvereniging Nederlandse Vereniging Psychosociale Oncologie
www.nvpo.nl
o Instellingen Psychosociale Oncologie (IPSO)
Bunuellaan 1, 1325 PP, Almere
www.ipso.nl
o Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL)
Janssoenborch, Godebaldkwartier 419, 3511 DT, Utrecht
www.iknl.nl - Scholing en BIG-opleidingen:
o RINO Groep
Oudenoord 6, 3515 ER, Utrecht
www.rinogroep.nl
Regio Utrecht
Functie samenwerking: Zelfstandig praktijkvoerend op HDI locatie Bilthoven; indicatie en doorverwijzing.
- Oedeem en Oncologie Fysiotherapie (OOFU)
- Hoofdvestiging: Herculesplein 379, 3584 AA, Utrecht
- www.oofu.nl
- Wiljon Vaandrager, vaktherapeut, haptotherapie
- Professor Bronkhorstlaan 20, 3723 MB, Bilthoven
- www.haptotherapiegiessenburg.nl/
Samenwerking en detachering
Functie samenwerking: Deelname aan MDO’s bij divisie in academisch ziekenhuis, screening en kortdurende medisch psychologische behandeling in het ziekenhuis en snelle doorverwijzing naar HDI voor GGZ-behandeling of doorverwijzing in de eigen regio van cliënt.
- UMC Utrecht, divisie hart en longen
- Heidelberglaan 100, 3584 CX Utrecht
- www.umcutrecht.nl/nl/Over-Ons/Organisatie/Divisies/Hart-en-longen
- Alexander Monro Borstkankerziekenhuis
- Professor Bronkhorstlaan 10, 3723 MB, Bilthoven
- www.alexandermonro.nl
Regio Nijmegen
Functie samenwerking: doorverwijzing voor vaktherapie en haptotherapie
- Winnie Gunsing, vaktherapeut, haptotherapie
Regio Arnhem
Functie samenwerking: Doorverwijzing voor vaktherapie en haptotherapie
- Gisella van Ham, vaktherapeut, haptotherapie
Ketenpartners
Regio Utrecht
Functie samenwerking: samenwerking en afstemmen zorgaanbod en verwijzingen.
- Huisartsen Stad (HUS)
- Arthur van Schendelstraat 622, 3511 MJ, Utrecht
- www.huisartsenstadutrecht.nl
- Consortium Septet, netwerk palliatieve zorg Utrecht Stad en Zuidoost Utrecht
- Netwerk Zorg op Maat, netwerk voor oncologische ketenzorg
Regio Nijmegen
- OCE, organisatie voor samenhang, samenwerking, continuïteit en innovatie binnen de chronische eerstelijnszorg in Nijmegen en omgeving.
- Netwerk palliatieve zorg Zuid Gelderland
- Oncologienetwerk Zuid Gelderland
- Fibula, consultief palliatief team
- Proscoop, projectgroep psychosociale zorg
Regio Arnhem
- Netwerk palliatieve zorg Arnhem
- Oncologienetwerk Midden Gelderland
- Oncologische Revalidatie Klimmendaal
- Fysiotherapie TOPSEREEN
Psycho-oncologische centra
- Het Behouden Huys – psychologische zorg bij kanker
- Rijksstraatweg 363-a, 9752 CH Haren
- www.behoudenhuys.nl
- Ingeborg Douwes Centrum
- IJsbaanpad 9-11, 1076 CV Amsterdam
- www.ingeborgdouwescentrum.nl
- SanaVera
- Straatweg 171, 3054 AD Rotterdam
- www.sanavera.nl
- Fortagroep De Vruchtenburg
- Oude Vest 17, 2312 XR Leiden
- www.fortagroep.nl
- Psycho-oncologisch centrum Zuyderland – Aesclepios
- Henri Dunantstraat 5, 6419 PC Heerlen
- www.zuyderland.nl
Samenwerking op basis van onderlinge doorverwijzing
Landelijk
- Stichting Tegenkracht: Oncopol
Regionaal – Utrecht
- Diakonessenhuis Utrecht
- Alexander Monro Borstkankerziekenhuis
- UMC Utrecht
- St. Antonius Utrecht en Nieuwegein
- Meanderziekenhuis Amersfoort
- Tergooi Ziekenhuis Hilversum
Regionaal Arnhem/Nijmegen
- Rijnstate
- Radboudziekenhuis
- Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis
- Huisartsenpraktijken
- GGZ-instellingen
- Collega’s psychologen en psychotherapeuten
Koepel- en brancheorganisaties
- Branchevereniging MeerGGZ
- Beroepsvereniging Nederlandse Vereniging Psychosociale Oncologie
- Instellingen Psychosociale Oncologie (IPSO)
- Bunuellaan 1, 1325 PP, Almere
- www.ipso.nl
- Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL)
- Janssoenborch, Godebaldkwartier 419, 3511 DT, Utrecht
- www.iknl.nl
Scholing en BIG-opleidingen
- RINO Groep
- Oudenoord 6, 3515 ER, Utrecht
- www.rinogroep.nl
II. Organisatie van de zorg
8. Lerend netwerk
Stichting Helen Dowling Instituut geeft op de volgende manier invulling aan het lerend netwerk van indicerend en coördinerend regiebehandelaren:
Er zijn diverse structurele overlegvormen georganiseerd waarin (regie)behandelaren reflecteren op hun handelen. Alle regiebehandelaren zijn onderdeel van een multidisciplinair team (MDO). Dit is een vast team dat wekelijks bij elkaar komt onder leiding van een klinisch psycholoog of psychiater. Er zitten minimaal 4 regiebehandelaren in het MDO. Doelstelling van deze MDO’s is indicatiestelling, casuïstiekbesprekingen en intervisie. Wanneer er vragen zijn over het behandelplan, of het behandelplan verloopt anders of wijzigt, wordt dit ook besproken. Er vindt zowel reflectie op het zorgproces als op het handelen van (regie)behandelaren plaats.
Eens per 6 weken is de MDO-bijeenkomst uitsluitend gericht op intervisie c.q. reflectie op het handelen van de regiebehandelaar(s). Een vraag gericht op het persoonlijk functioneren is daarbij het uitgangspunt. De groep helpt de (regie)behandelaar aan de hand van een intervisiemethode om te reflecteren.
Driemaal per jaar organiseert het Helen Dowling Instituut een bijeenkomst voor alle behandelaren die bij het Helen Dowling Instituut werkzaam zijn. Tijdens de bijeenkomsten wordt regelmatig een sessie georganiseerd die gericht is op kennisdeling, bijvoorbeeld in de vorm van een referaat dat wordt verzorgd door een interne of externe spreker. Van medewerkers wordt verwacht dat zij hierbij aanwezig zijn, tenzij er sprake is van een gegronde reden voor afwezigheid.
Daarnaast zijn meerdere therapeuten in opleiding of hebben een intervisie-groep buiten het Helen Dowling Instituut, waarmee ze een (extra) eigen lerend netwerk creëren. Wij bevinden ons op het grensvlak tussen een kleine en grote instelling. Wij vinden dat het hierboven beschreven lerende netwerk voor nu toereikend is, omdat de kwaliteit van leren, reflecteren en evalueren hiermee voldoende gewaarborgd is. Dit blijft onder de aandacht en wordt minimaal
jaarlijks geëvalueerd.
9. Zorgstandaarden en beroepsrichtlijnen
Stichting Helen Dowling Instituut ziet er als volgt op toe dat:
9a. Zorgverleners bevoegd en bekwaam zijn:
- In onze wervingsprocedure is er aandacht voor de eisen volgend uit de Wkkgz, het controleren van diploma’s, de inschrijving in het BIG-register en eventuele referentenonderzoek in het kader van de vergewisplicht.
- De teamleider patiëntenzorg voert structureel een individueel gesprek met alle behandelaren. Bekwaamheid en ontwikkeling maken onderdeel uit van deze gesprekken. De teamleider zelf voert dit gesprek met de directeur zorg of algemeen directeur.
- Binnen het multidisciplinaire overleg wordt met het team de opzet en uitvoering van de door een behandelaar opgestelde behandelovereenkomst geëvalueerd.
- Stichting Helen Dowling Instituut biedt aan nieuwe medewerkers die een uitvoerende taak in de zorg hebben een interne scholing gericht op de basiskennis en -vaardigheden van de psycho-oncologische zorg. Daarnaast verstrekt het Helen Dowling Instituut een scholingsbudget dat medewerkers in staat stelt zich verder te bekwamen.
- Stichting Helen Dowling Instituut voorziet haar medewerkers van de benodigde informatie (bijvoorbeeld boeken, draaiboeken en behandelmodules) en een kwaliteitshandboek waarin alle werkprocessen zijn beschreven die ondersteunend zijn aan het bekwaam behandelen. Daarnaast bevat dit verwijzingen naar actuele richtlijnen, zorgstandaarden en werkkaarten binnen de GGZ.
Daarnaast houden medewerkers van Stichting Helen Dowling Instituut zich aan eisen rondom bevoegdheid en bekwaamheid die voortvloeien uit wetgeving of die gesteld worden door beroepsverenigingen:
- Verschillende beroepen in de individuele gezondheidszorg zijn wettelijk verankerd in de Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG).
- De wettelijk geregelde verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen de GGZ worden door alle behandelaren nageleefd en in acht genomen, te weten de wet BIG, Kwaliteitswet Zorginstellingen, de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst.
- Iedere CONO-behandelaar is gehouden aan de beroepscodes van de beroepsvereniging waarvan hij lid is.
- Klinisch- en GZ-psychologen, psychotherapeuten en psychiaters zijn eraan gehouden te voldoen aan hun BIG-(her)registratie eisen.
- Behandelaars met CONO-beroep zijn lid van hun beroepsvereniging en volgen bij- en nascholing binnen hun specifieke vakgebied. Zij worden geacht te voldoen aan de eisen van dit lidmaatschap.
- Basispsychologen werken onder regiebehandelaars en hebben een BIG-geregistreerde werkbegeleider.
9b. Zorgverleners volgen kwaliteitsstandaarden, zorgstandaarden en richtlijnen handelen:
Stichting Helen Dowling Instituut beschikt over een zorgaanbod dat is gebaseerd op het door ons ontwikkelde, wetenschappelijk onderbouwde zorgprogramma ‘Leren leven met kanker’ en de geldende GGZ-standaarden en –richtlijnen. In samenwerking met de directeur zorg en de afdeling wetenschappelijk onderzoek wordt ons behandelaanbod aangepast wanneer er nieuwe kennis beschikbaar is.
Stichting Helen Dowling Instituut heeft haar zorgaanbod beschreven in zorgpaden, waarin informatie is vastgelegd over de behandelmethode(n) en verwachte behandelduur van een specifieke klacht of probleem. De van toepassing zijnde behandelmethode(n) worden aangemerkt in de behandelovereenkomst en zijn daarmee altijd inzichtelijk voor de cliënt.
9c. Zorgverleners hun deskundigheid op peil houden:
Alle BIG-geregistreerde zorgverleners zijn gehouden aan de wettelijke geregelde verantwoordelijkheden en bevoegdheden die binnen de GGZ van kracht zijn, te wetende wet BIG, Kwaliteitswet Zorginstellingen, de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO), ook op het gebied van de eisen die aan bij- en nascholing ten behoeve van herregistratie worden gesteld.
Elk jaar wordt er een opleidingsplan gemaakt goedgekeurd door het management team (MT). Er wordt 1.5% van de jaarlijkse brutoloonsom gebudgetteerd voor scholing. Voor GZ-psychologen en uitvoerende behandelaars is er een persoonlijk opleidingsbudget vastgesteld naar rato van het dienstverband. Psychiaters en klinisch psychologen hebben een ruimer persoonlijk opleidingsbudget naar rato van het dienstverband, afgestemd op de eisen die aan herregistratie in het kader van de wet BIG worden gesteld. In het jaarlijkse ontwikkelgesprek, en indien nodig tussentijds, is dit onderwerp van gesprek.
In het strategieplan, waarin aangaande de ontwikkeling van de organisatie een vijftal jaren vooruit wordt gekeken, wordt ook rekening gehouden met de deskundigheid van medewerkers. Stichting Helen Dowling Instituut heeft in dit kader een modulaire cursus psycho-oncologie ontwikkeld die wordt gevolgd door nieuwe medewerkers. De cursus wordt periodiek uitgebreid met nieuwe modules waarvan wordt bekeken welke medewerkers er baat bij hebben die te volgen.
Driemaal per jaar is er een personeelsdag, waarbij al het personeel bij elkaar komt. Specifieke deskundigheidsbevordering maakt meestal deel uit van de agenda.
10. Samenwerking
10a. Samenwerking binnen het Helen Dowling Instituut is vastgelegd en geborgd in het professioneel statuut:
ja. Zie https://hdi.nl/kwaliteitsstatuut-professionals/
10b. Binnen Stichting Helen Dowling Instituut is het multidisciplinair overleg en de informatieuitwisseling en -overdracht tussen regiebehandelaar en andere betrokken behandelaren als volgt geregeld:
Alle betrokken behandelaren zijn onderdeel van een multidisciplinair overleg (MDO). Dit is een vast team dat wekelijks bij elkaar komt onder leiding van een klinisch psycholoog en/of psychiater. In elk MDO zitten meerdere regiebehandelaren. Daarnaast kunnen er therapeuten in opleiding, systeemtherapeuten, basispsychologen en stagiaires in een MDO-team zitten. In dit MDO worden indicatiestelling en behandelplannen besproken, en worden behandelingen geëvalueerd. Daarnaast vindt er tussentijds overleg plaats naar behoefte of aanleiding. De bespreking wordt in het cliëntdossier vastgelegd, waarbij de inhoud en het advies van het team en de aanwezige teamleden wordt genoteerd.
10c. Stichting Helen Dowling Instituut hanteert de volgende procedure voor het op- en afschalen van de zorgverlening naar een volgend respectievelijk voorliggend echelon:
Uitgangspunt bij elke behandeling, dus ook in geval van op- of afschaling, is het bieden van passende zorg. Er zijn vaste momenten waarop de noodzaak voor op- en afschaling geëvalueerd wordt: na het intakegesprek, bij besprekingen in het MDO en bij geplande evaluaties (in g-ggz ieder geval 4 en 11 maanden na start behandeling en daarna iedere 4 maanden).
Basis-ggz (b ggz) en specialistische ggz (s ggz)
Stichting Helen Dowling Instituut volgt de richtlijnen zoals geformuleerd in de landelijke samenwerkingsafspraken tussen huisartsen en de GGZ, te vinden op www.ggzstandaarden.nl. De criteria die worden beoordeeld om te onderscheiden of een behandeling plaatsvindt in de basis-ggz of specialistische ggz zijn:
- Ernstige lijdensdruk of disfunctioneren;
- Recidiverende ernstige problematiek;
- Comorbiditeit en/of problemen in persoonlijkheid of psychosociaal functioneren die met de behandeling van de hoofddiagnose interfereren;
- Complexe problematiek die om behandeling in een multidisciplinair samengesteld professioneel netwerk vraagt;
- Hoog risico op (zelf)verwaarlozing, (huiselijk) geweld, suïcide of automutilatie, of (kinder)mishandeling;
- Uitblijven van verbetering in de BGGZ (indicatief drie tot vier maanden);
- Instabiele chronische problematiek.
Hoogspecialistische ggz
Om te bepalen of behandeling in een hoogspecialistisch kader nodig is, wordt gebruik gemaakt van de vragenlijst ‘Transdiagnostische Decision Tool’, waarbij cliënten met score van 3 of hoger in aanmerking komen voor ons hoogspecialistische zorgaanbod.
Zorgprestatiemodel
Binnen het zorgprestatiemodel wordt een behandel’setting’ gekozen, waarin beschreven wordt welke zorg op welke plaats door welke beroepen wordt geleverd. De criteria voor op- en afschalen naar de settings die stichting Helen Dowling Instituut biedt zijn als volgt:
- Setting 2: De inzet van hoofdzakelijk één discipline.
- Setting 3: Buiten de regiebehandelaar hebben meerdere verschillende beroepen tijdens de behandelfase contact met cliënt. Deze disciplines werken binnen de behandeling met elkaar aan de behandeldoelen.
- Setting 8: Hoogspecialistische zorg wordt geïndiceerd op basis van het instrument Transdiagnostische Decision Tool.
10c. Binnen Stichting Helen Dowling Instituut geldt bij verschil van inzicht tussen bij een zorgproces betrokken zorgverleners de volgende escalatieprocedure:
Bij verschil van mening of professionele onenigheid tussen (mede)behandelaars, wordt gehandeld in de volgorde zoals hieronder staat aangegeven:
A. De professionele standaard en de daarbij horende richtlijnen bieden een oplossing of aanknopingspunten om toch een beslissing te kunnen nemen.
1. De hierdoor gevonden oplossing wordt uitgevoerd.
2. De oplossing is ontoereikend, er wordt overgegaan naar fase B.
B. Opschaling naar de regiebehandelaar met indicerende rol (tenzij het dezelfde persoon betreft), die een voorstel doet om tot een oplossing te komen.
1. De oplossing is acceptabel en wordt uitgevoerd.
2. De oplossing is ontoereikend, er wordt overgegaan naar fase C en volgend.
C. Opschaling naar de klinisch psycholoog, verbonden aan het MDO van de regiebehandelaar.
1. De oplossing is acceptabel en wordt uitgevoerd.
2. De oplossing is ontoereikend, er wordt overgegaan naar fase D en volgend.
D. De situatie wordt voorgelegd aan de directeur zorg (of diens vervanger). De verschillende standpunten gehoord hebbende, neemt de directeur zorg (of diens vervanger) een besluit.
1. Het besluit van de directeur zorg (of diens vervanger) is richtinggevend voor de oplossingsrichting.
2. Op grond van dit besluit wordt uitvoering gegeven aan de door de directeur zorg (of diens vervanger) voorgeschreven oplossingsrichting. Deze geldt als richtsnoer voor het verdere zorgproces.
11. Dossiervoering en omgang met cliëntgegevens
11a. Ik vraag om toestemming van de patiënt/cliënt bij het delen van gegevens met niet bij de behandeling betrokken professionals:
Ja.
11b. In situaties waarin het beroepsgeheim mogelijk doorbroken wordt, gebruik ik de daartoe geldende richtlijnen van de beroepsgroep, waaronder de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld (bij conflict van plichten, vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld), het stappenplan materiële controle en ik vraag het controleplan op bij de zorgverzekeraar (bij materiële controle):
Ja.
11c. Ik gebruik de privacyverklaring als de cliënt zijn diagnose niet kenbaar wil maken aan zijn zorgverzekeraar/NZa:
Ja.
12. Klachten- en geschillenregeling
12a. Cliënten kunnen de klachtenregeling hier vinden: https://hdi.nl/klachtenregeling/.
12b. Cliënten kunnen met geschillen over de behandeling en begeleiding terecht bij:
De Geschillencommissie
Postbus 90600
2509 LP Den Haag
De geschillenregeling is hier te vinden: https://www.degeschillencommissiezorg.nl/klacht-indienen
III. Het zorgproces
13. Wachttijd voor intake/probleemanalyse en behandeling en begeleiding
Cliënten vinden informatie over wachttijden voor intake en behandeling via: www.hdi.nl/behandeling. Daarnaast kunnen cliënten hun wachttijd raadplegen in hun eigen cliëntportaal, of telefonisch. De informatie is –indien het onderscheid van toepassing is– per zorgverzekeraar en per diagnose.
14. Aanmelding en intake/probleemanalyse
14a. De aanmeldprocedure is bij Stichting Helen Dowling Instituut als volgt geregeld: [zoals: wie ontvangt de telefonische aanmelding, wie doet de intake, hoe verloopt de communicatie met de cliënt]
De verwijzing via Zorgdomein, de telefonische of online aanmelding wordt ontvangen door het secretariaat. Zij nemen indien nodig contact op voor aanvulling van ontbrekende gegevens en/of een verwijsbrief. Na inschrijving ontvangt de cliënt een bevestiging per e-mail.
Indien er inhoudelijk twijfel is over de verwijzing, vindt er een beoordeling plaats door een team van (GZ-psychologen in opleiding tot) klinisch psychologen. Mocht de verwijzing niet passen bij het zorgaanbod van Stichting Helen Dowling Instituut, dan wordt dit met de verwijzer besproken, wanneer mogelijk voorzien van een passend advies.
Een cliënt staat op een wachtlijst voor intake tot er plaats is bij een (regie)behandelaar. In deze periode wordt er nog geen zorgtraject geopend en is de verwijzer/huisarts nog behandelverantwoordelijk voor de cliënt. Wel kunnen cliënten gebruik maken van onze online Welkomstmodule, waar informatie en praktische handvatten in staan.
Het secretariaat neemt telefonisch contact op met cliënten voor het inplannen van het intakegesprek.
14b. Binnen Stichting Helen Dowling Instituut wordt de cliënt doorverwezen naar een andere zorgaanbieder met een passend zorgaanbod of terugverwezen naar de verwijzer – indien mogelijk met een passend advies – indien Stichting Helen Dowling Instituut geen passend aanbod heeft op de zorgvraag van de cliënt:
Ja.
15. Indicatiestelling
Beschrijf hoe de intake/probleemanalyse en indicatiestelling binnen Stichting Helen Dowling Instituut is geregeld: [hoe komt de aanmelding binnen, hoe komt de afspraak met de cliënt voor de intake tot stand, wie is in de intakefase de regiebehandelaar en hoe komt die beslissing tot stand (afstemming met cliënt), waaruit bestaan de verantwoordelijkheden van de regiebehandelaar bij het stellen van de diagnose]
Voor de procedure rondom het tot stand komen van de afspraak, zie artikel 14.
De intaker is een regiebehandelaar (GZ-psycholoog, psychotherapeut of klinisch psycholoog) óf een niet-BIG geregistreerde behandelaar, met de voorwaarde dat de cliënt binnen de gestelde norm direct contact heeft met de regiebehandelaar. De regiebehandelaar met indicerende rol is verantwoordelijk voor het opstellen van de probleemanalyse, (beschrijvende) diagnose, doelen en behandelplan.
Is er sprake van g-GGZ dan brengt een regiebehandelaar, ongeacht de setting, cliënt altijd in in MDO voor de bespreking van de diagnostiek, probleemanalyse en indicatiestelling. Het MDO is onder leiding van een klinisch psycholoog en/of psychiater. In de bg- GGZ (altijd setting 2) kan een therapeut hier zelf voor kiezen. In het MDO kan besloten worden dat een vervolg intakegesprek met een systeemtherapeut, klinisch psycholoog, psychiater of psychotherapeut gewenst is om meer zicht te krijgen op de problematiek en indicatiestelling. De regiebehandelaar met indicerende rol blijft gedurende de intakeprocedure verantwoordelijk voor de coördinatie van de zorg en het opstellen van het behandelplan.
16. Behandeling en begeleiding
16a. Het behandelplan wordt als volgt opgesteld: [beschrijving van proces en betrokkenheid van cliënt en (mede-)behandelaren, rol multidisciplinair team]
De regiebehandelaar die gekoppeld is aan de intakes, en ook een indicerende rol heeft, is verantwoordelijk voor het opstellen en bespreken van het behandelplan. Eventuele mede behandelaren worden hierin door de regiebehandelaar betrokken. Voor betrokkenheid van het MDO zie 15.
Het behandelplan, met daarin o.a. de (beschrijvende) diagnose, het behandelvoorstel en de met cliënt opgestelde doelen, wordt aan het einde van de intakeprocedure voorgelegd aan de cliënt. Met cliënt wordt besproken of hij zich in het behandelplan kan vinden. De cliënt ontvangt het behandelplan digitaal in het cliëntportaal (of op schrift indien gewenst). Hier kan de cliënt aangeven akkoord te zijn of niet. In het laatste geval vindt er verder overleg plaats met de regiebehandelaar met indicerende rol.
Bij verschil van mening of onvrede heeft de cliënt altijd de mogelijkheid een andere zorgverlener binnen Stichting Helen Dowling Instituut te consulteren.
16b. Het centraal aanspreekpunt voor de cliënt tijdens de behandeling is de regiebehandelaar: [beschrijving rol en taken regiebehandelaar in relatie tot rol en taken medebehandelaars]
Over het algemeen zal de behandeling worden uitgevoerd door degene die de intake heeft gedaan, tenzij er inhoudelijke of praktische redenen (vanuit therapeut of cliënt) zijn dit niet te doen. Dit is een bewuste keus. Op deze manier heeft de cliënt, die vaak vanuit zijn ziekte al te maken heeft met
veel zorgverleners, de meeste continuïteit.
De regiebehandelaar die betrokken is bij de intake vanuit zijn indicerende rol, zal dus meestal ook de coördinerende rol op zich nemen. Om de reflectie op het zorgproces te garanderen wordt cliënt op vaste momenten én op indicatie (bijvoorbeeld bij veranderingen in het behandelplan) in het MDO geëvalueerd. De regiebehandelaar met de coördinerende rol is het eerste aanspreekpunt voor cliënten en andere behandelaren die gekoppeld zijn aan het zorgtraject.
De regiebehandelaar met de coördinerende rol is verantwoordelijk dat de cliënt een behandeling krijgt volgens de gangbare zorgstandaarden en richtlijnen. Deze zorgt ervoor dat het behandelplan eventueel op meer gedetailleerd niveau uit wordt gewerkt. Ook zal er regelmatig contact zijn met eventuele andere behandelaren in het traject en de cliënt om te bekijken hoe de behandeling verloopt en of er wijzigingen in, of afstemming over het behandelplan nodig zijn. Er wordt overleg georganiseerd met andere betrokkenen wanneer dit nodig is. Indien geïndiceerd zal behandeling (gedeeltelijk) overgedragen worden naar een behandelaar met een andere expertise.
De regiebehandelaar draagt zorg voor de evaluatiemomenten en coördineert de afsluiting. Wanneer er (ingrijpende) veranderingen zijn in het behandelplan, worden deze besproken met de regiebehandelaar in de indicerende rol of in het MDO.
In ieder geval jaarlijks, maar ook bij opschaling en bij afsluiting van de behandeling worden de huisarts en/of andere verwijzer in kennis gesteld van het verloop en resultaat van de behandeling (met toestemming van cliënt).
16c. De voortgang van de behandeling wordt binnen Stichting Helen Dowling Instituut als volgt gemonitord: [zoals voortgangsbespreking behandelplan, evaluatie, vragenlijsten, ROM]
Elke behandeling start met een zogenoemde voormeting (ROM-meting) voor het intakegesprek. Dit houdt het invullen van een uitgebreide vragenlijst in, waarin naar relevante klachten en problemen wordt gevraagd. Ook worden gestandaardiseerde vragenlijsten afgenomen.
De gb-ggz behandeling (alleen mogelijk in setting 2) wordt in het eerste jaar standaard elf maanden na de intake geëvalueerd met de cliënt en in het MDO.
De g-ggz behandeling (setting 2 en 3) en hoogspecialistische behandeling (setting 8) worden in het eerste jaar standaard na intake en vier maanden en elf maanden na het intakegesprek geëvalueerd. Daarna vindt iedere vier maanden evaluatie plaats. Onderdeel van deze evaluaties is het invullen en bespreken van de ROM-vragenlijst, het bespreken van voortgang op de doelen, het evalueren van de diagnose en classificatie en het (door)plannen van interventies in het kader van het behandelplan.
16d. Binnen Stichting Helen Dowling Instituut reflecteert de regiebehandelaar samen met de cliënt en eventueel zijn naasten de voortgang, doelmatigheid en effectiviteit van de behandeling en begeleiding als volgt: [toelichting op wijze van van reflectie en frequentie]
De gb-GGZ behandeling (alleen mogelijk in setting 2) wordt in het eerste jaar standaard elf maanden na de intake geëvalueerd met de cliënt en in het MDO. De g-GGZ behandeling (setting 2 en 3) en hoogspecialistische behandeling (setting 8) worden in het eerste jaar standaard na intake en vier en
elf maanden na het intakegesprek geëvalueerd. Duurt de behandeling langer dan een jaar, dan vindt er iedere vier maanden evaluatie plaats. Op indicatie van de behandelaar of cliënt kan vaker geëvalueerd worden.
Tijdens een evaluatie wordt met de cliënt de voortgang op de behandeldoelen besproken, en de tevredenheid met de behandeling, de behandelmethode(n) en de behandelaar(s). Ook worden de scores op de ROM-metingen gedeeld met cliënt en meegenomen in de reflectie op de behandeling. Wanneer een behandeling niet verloopt zoals gewenst, bespreekt de (coördinerende) regiebehandelaar dit in MDO.
Stichting Helen Dowling Instituut vindt betrokkenheid van naasten belangrijk. Betrokkenheid van naasten bij evaluaties wordt met de cliënt besproken. Indien dit van toegevoegde waarde is en de cliënt dit wil, kan een naaste de evaluatie bijwonen.
16e. De tevredenheid van cliënten wordt binnen het Helen Dowling Instituut op de volgende manier gemeten: [wanneer, hoe]
Stichting Helen Dowling Instituut vindt de tevredenheid van de cliënt erg belangrijk. Er is in de gehele organisatie aandacht voor op de volgende wijzen:
- Klantvriendelijkheid in de bejegening: aan de telefoon door het secretariaat, bij de ontvangst op locatie en in de bejegening door de betrokken behandelaars.
- Gedeelde besluitvorming (er wordt niet voor de client maar samen met client besluiten over de behandeling genomen) is uitgangspunt bij elke stap in de behandeling. De uitkomsten van de metingen worden altijd met cliënt besproken.
- De tevredenheid wordt gemeten door de cliënt bij de evaluatiemomenten om een rapportcijfer voor de behandeling tot dan toe te vragen en middels een open vraag naar mogelijke verbeteringen.
- Bij de eind-ROM-meting, die vóór afsluiting van de behandeling wordt afgenomen, wordt de Consumer Quality Index (CQI) afgenomen, die expliciet de tevredenheid meet. Deze kan ook desgewenst anoniem worden ingevuld.
De anonieme uitkomsten van het tevredenheidsonderzoek worden met het managementteam en met de cliëntenraad besproken.
17. Afsluiting/nazorg
17a. De resultaten van de behandeling en begeleiding en de mogelijke vervolgstappen worden als volgt met de cliënt en diens verwijzer besproken: [o.a. informeren verwijzer, advies aan verwijzer over vervolgstappen, informeren vervolgbehandelaar, hoe handelt instelling als cliënt bezwaar maakt tegen informeren van verwijzer of anderen]
Op de afgesproken evaluatiemomenten of als daar naar de mening van cliënt en/of (regie)behandelaar aanleiding voor is, bespreekt de regiebehandelaar, eventueel samen met de behandelaar, met de cliënt en eventueel zijn naasten de resultaten van de behandeling (tot dan toe) en mogelijke vervolgstappen.
Wanneer de doelen uit de behandelovereenkomst behaald zijn, of wanneer niet verwacht wordt dat de doelen (bij het HDI) behaald kunnen worden, wordt in overleg met de cliënt besloten de behandeling af te ronden. Er wordt met cliënt gewerkt aan terugvalpreventie.
Bij afsluiting wordt de verwijzer in kennis gesteld middels een schriftelijke eindrapportage, (welke geschreven wordt in het patiëntendossier) inclusief eventuele adviezen. De eindrapportage wordt met cliënt besproken en alleen met toestemming van cliënt verstuurd. Indien een externe vervolgbehandeling nodig is wordt hierover gericht advies gegeven aan de verwijzer óf wordt met toestemming van de cliënt rechtstreeks aan de nieuwe zorgverlener een schriftelijke overdracht gedaan.
17b. Cliënten of hun naasten kunnen als volgt handelen als er na afsluiting van de behandeling en begeleiding sprake is van crisis of terugval:
Wanneer een behandeling is afgesloten kan cliënt bij terugval zich via de verwijzer opnieuw aanmelden bij Stichting Helen Dowling Instituut. Bij crisis na afsluiting, zonder heraanmelding, wordt cliënt terugverwezen naar de verwijzer.
IV. Ondertekening
Naam bestuurder van Stichting Helen Dowling Instituut:
M. van der Goot
Plaats:
Bilthoven
Datum:
3 december 2025
Ik verklaar dat ik me houd aan de wettelijke kaders van mijn beroepsuitoefening, handel conform het Landelijk Kwaliteitsstatuut GGZ en dat ik dit kwaliteitsstatuut naar waarheid heb ingevuld:
Ja.
Bij het openbaar maken van het kwaliteitsstatuut voegt de ggz-instelling de volgende bijlagen op de registratiepagina van www.ggzkwaliteitsstatuut.nl toe:
Een afschrift/kopie van het binnen de instelling geldende kwaliteitscertificaat (HKZ/NIAZ/JCI en/of ander keurmerk);
Zijn algemene leveringsvoorwaarden;
Het binnen de instelling geldende professioneel statuut, waar de genoemde escalatie-procedure in is opgenomen.