u bent hier: Homepage Kwaliteitsstatuut

Kwaliteitsstatuut

Krijg je van dichtbij te maken met kanker, dan komt er best veel op je bord. Ook mentaal. Soms lukt het niet om daar in je eentje of met hulp van je omgeving mee om te gaan. Je mentale klachten zijn dan te ernstig. Bij ons vind je een warme, veilige en professionele plek waar je terecht kunt voor psychologische zorg bij kanker. Die zorg moet natuurlijk wel goed geregeld zijn. Daarom werken wij sinds 1 januari 2017 met een kwaliteitsstatuut. In dit statuut leggen we vast hoe je van begin tot eind de juiste zorg krijgt, op de juiste plaats, door de juiste behandelaar.

1 Goedgekeurd kwaliteitsstatuut ggz-instelling

Per 1 januari 2017 zijn alle aanbieders van ‘geneeskundige ggz’, dat wil zeggen generalistische basisggz en gespecialiseerde ggz binnen de Zorgverzekeringswet, verplicht een kwaliteitsstatuut openbaar te maken. Dit betreft een goedgekeurd kwaliteitsstatuut.

2 Algemene informatie

2.1 Gegevens ggz-aanbieder

Naam instelling: Helen Dowling Instituut
Hoofdpostadres, straat en huisnummer: Postbus 80
Hoofdpostadres, postcode en plaats: 3723AB BILTHOVEN
Website: www.hdi.nl
KvK nummer: 41130271
AGB-code 1: 73730901

2.2 Gegevens contactpersoon/aanspreekpunt

Naam: Anette Pet
E-mailadres: apet@hdi.nl
Telefoonnummer: 0302524020

2.3 Onze locaties

Een overzicht van al onze locatie vindt u op www.hdi.nl/contact.

2.4 Beschrijving zorgaanbod en professioneel netwerk

2.4.1 Zorgaanbod

Het Helen Dowling Instituut biedt psychologische zorg bij kanker in zowel de generalistische Basis GGZ als de specialistische GGZ. Wij richten ons op de diagnose en behandeling van psychologische stoornissen. Dit doen we door het aanbieden van psychologische behandelingen (individueel, systemisch en groepstherapie). Daarbij stimuleren we onze cliënten in het actief zorg dragen voor het ontwikkelen van zelfmanagement ten aanzien van hun ziekte. Onze doelgroep bestaat uit mensen met kanker en hun naasten. Dit kunnen zowel volwassenen als kinderen zijn. Daarnaast zien wij in mindere mate mensen met COPD, ALS en andere levensbedreigende ziektes.

2.4.2 Professioneel netwerk

  • Raamovereenkomst Utrecht geestelijk gezond (Huisartsen Stad Utrecht) www.huisartsenstadutrecht.nl
  • OCE, organisatie voor samenhang, samenwerking, continuïteit en innovatie binnen de chronische eerstelijnszorg in Nijmegen en omgeving. www.ocenijmegen.nl
  • Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) divisie Hart en Longen, www.umcutrecht.nl/nl/Over-Ons/Organisatie/Divisies/Hart-en-longen
  • Alexander Monro Borstkanker Ziekenhuis
    www.alexandermonro.nl
    Professor Bronkhorstlaan 10, 3723 MB Bilthoven
  • Oedeem en Oncologie Fysiotherapie Utrecht (OOFU)
    www.oofu.nl
    Hoofdvestiging Herculesplein 379, 3584 AA Utrecht, tweede vestiging in HDI Bilthoven
  • Wiljon Vaandrager extern vaktherapeut haptotherapie
    AGB code 900779972/90077972
    KvK nr 30249357

2.5 Het Helen Dowling Instituut heeft aanbod in:

  • de generalistische basis-ggz
  • de gespecialiseerde-ggz

2.6 Behandelsettingen generalistische basis-ggz

Het Helen Dowling Instituut biedt ambulante zorg aan mensen met kanker (of een andere ernstige (levensbedreigende) ziekte) en hun naasten, die een ggz-zorgvraag/indicatie hebben waarin de impact van de ziekte centraal staat. De beroepsgroepen die hiervoor als regiebehandelaar kunnen optreden zijn klinisch psychologen, psychotherapeuten, gz-psychologen en psychiaters.

2.7 Behandelsettingen gespecialiseerde-ggz

Het Helen Dowling Instituut biedt ambulante zorg aan mensen met kanker (of een andere ernstige (levensbedreigende) ziekte) en hun naasten, die een ggz-zorgvraag/indicatie hebben waarin de impact van de ziekte centraal staat. De beroepsgroepen die hiervoor als regiebehandelaar kunnen optreden zijn psychiaters, klinisch psychologen, psychotherapeuten en gz-psychologen (onder MDO-constructie met klinisch psycholoog of psychiater).

2.8 Structurele samenwerkingspartners

2.8.1 Samenwerkingsovereenkomsten op gebied van directe patiëntenzorg

Regio Utrecht

Zelfstandig praktijk voerend op HDI locatie Bilthoven

Oedeem en Oncologie Fysiotherapie Utrecht (OOFU) www.oofu.nl

Hoofdvestiging Herculesplein 379, 3584 AA Utrecht

Wiljon Vaandrager extern vaktherapeut haptotherapie www.hdi.nl/over-hdi www.haptotherapiegiessenburg.nl/ Functie samenwerking: indicatie en doorverwijzing voor vaktherapie haptotherapie aan cliënten

Samenwerking en Detachering

  • UMCU
  • Divisie Hart en Longen, www.umcutrecht.nl/nl/Over-Ons/Organisatie/Divisies/Hart-en-longen Heidelberglaan 100, 3584 CX Utrecht
  • Functie samenwerking: deelname aan MDO’s bij divisie in academisch ziekenhuis, screening en kortdurende medisch psychologische behandeling in het ziekenhuis en snelle doorverwijzing naar HDI voor GGZ-behandeling of doorverwijzing in de eigen regio van cliënt.

Samenwerking

  • Alexander Monro Borstkanker Ziekenhuis
    www.alexandermonro.nl
    Professor Bronkhorstlaan 10, 3723 MB Bilthoven
  • Functie samenwerking: psychodiagnostische screening tbv borstamputatieverzoeken mbt ernstige mastopathie.

Regio Nijmegen

Winnie Gunsing extern vaktherapeut haptotherapie

www.hdi.nl/over-ons

Functie samenwerking: doorverwijzing voor vaktherapie haptotherapie

Regio Arnhem

Gisella van Ham extern vaktherapeut haptotherapie
www.hdi.nl/over-ons

Functie samenwerking: doorverwijzing voor vaktherapie haptotherapie

2.8.2 Ketenpartners

Regio Utrecht

  • Huisartsen Stad (HUS)
    www.huisartsenstadutrecht.nl
    • Arthur van Schendelstraat 622, 2e etage, 3511 MJ Utrecht
      (Raamovereenkomst Utrecht Geestelijk Gezond)
    • Functie samenwerking: Samenwerking en afstemming met alle GGZ-aanbieders en huisartsenzorg Stad Utrecht
  • Consortium Septet, netwerk palliatieve zorg Utrecht Stad en Zuid Oost Utrecht www.netwerkpalliatievezorg.nl/utrechtstadenzuidoost
    • Functie samenwerking: Samenwerking en afstemming zorgaanbod op gebied van palliatieve zorg in regio
  • Netwerk Zorg op maat, netwerk voor oncologische ketenzorg, p/a
    www.iknl.nl
  • Jeugdzorg (op basis van aanvraag PGB)
  • Viore, centrum voor mensen die leven met kanker
    www.viore.org  
    Oostereind 115, 1212 VH Hilversum

Regio Nijmegen

Regio Arnhem

Fysiotherapie TOPSEREEN
www.sportsereen.nl/info/fisio/

Op basis van onderlinge doorverwijzing:

Landelijk

Stichting Tegenkracht: Oncopol
https://www.tegenkracht.nl/oncopol/

Regionaal

  • Ziekenhuizen in de regio Utrecht:
    • Diakonessenhuis Utrecht
    • Alexander Monro-ziekenhuis
    • UMC-Utrecht
    • Antoniusziekenhuis Utrecht en Nieuwegein
    • Meanderziekenhuis Amersfoort
    • Tergooi Ziekenhuis Hilversum
  • Ziekenhuizen in de regio Arnhem/Nijmegen:
    • Rijnstate Radboudziekenhuis
    • Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ)

Huisartsenpraktijken (die verwijzen)

GGZ-instellingen

Collega-psychologen en Psychotherapeuten

2.8.3 Koepel- en brancheorganisaties

Branchevereniging MeerGGZ

Beroepsvereniging Nederlandse Vereniging Psychosociale Oncologie
www.nvpo.nl

Instellingen PsychoSociale Oncologie (IPSO)
www.ipso.nl

Bunuellaan 1, 1325 PP Almere

Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL)
www.iknl.nl

Janssoenborch, Godebaldkwartier 419, 3511 DT Utrecht

Scholing en BIG-opleidingen

Regio Utrecht

RINOgroep
www.rinogroep.nl

St. Jacobsstraat 12-14 3511 BS Utrecht

SPON Stichting Psychologische vervolgopleidingen
www.rcsw.nl/over-ons/stichting-psychologische-vervolgopleidingen-nijmegen-spon

Postbus 6909 6503 GK Nijmegen

3 Organisatie van de zorg

3.1 Zorgstandaarden en beroepsrichtlijnen

Het Helen Dowling Instituut ziet er als volgt op toe dat:

3.1.1 Zorgverleners bevoegd en bekwaam zijn

Verschillende beroepen in de individuele gezondheidszorg zijn wettelijk verankerd in de Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG). De wettelijk geregelde verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen de GGZ worden door alle behandelaren nageleefd en in acht genomen, te weten de wet BIG, Kwaliteitswet Zorginstellingen, de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst. Iedere CONO-behandelaar is gehouden aan de beroepscodes van de beroepsvereniging waarvan hij lid is.

Klinische- en GZ-psychologen, psychotherapeuten en psychiaters zijn eraan gehouden te voldoen aan hun BIG-(her)registratie eisen. Behandelaars met CONO-beroep zijn lid van hun beroepsvereniging en volgen bij- en nascholing binnen hun specifieke vakgebied. Zij zijn gehouden te voldoen aan de eisen van dit lidmaatschap. Basispsychologen en de basispsycholoog in opleiding tot GZ-psycholoog (PIOG) werken onder regie-behandelaars en hebben een BIG-geregistreerde werkbegeleider. Zij volgen of hebben gevolgd een door de VGCT erkende basiscursus Cognitieve Gedragstherapie.

3.1.2 Zorgverleners volgens zorgstandaarden en richtlijnen handelen

Richtlijnen en standaarden

Alle cliënten ontvangen bij start van hun behandeling onze online Welkomstmodule in het cliëntportaal (Wellbee e-Health) als generieke basisinterventie. Deze e-healthmodule biedt psycho-educatie over de emotionele impact van ziekte en stimuleert om vanaf de start de zelfmanagement en zelfregie van onze cliënten te bevorderen. Bij start van de behandeling wordt hier door de behandelaar op teruggekomen en samen gekeken naar de antwoorden en aandachtsgebieden die cliënt heeft ingevuld.

Het HDI beschikt over het Keurmerk Generalistische BasisGGZ. Het HDI hanteert zowel in de GB-GGZ als ook in de S-GGZ zorgpaden. In de GB-GGZ betreft het producten. In de S-GGZ zijn er zorgpaden Angst, Depressie. Psychotrauma en stressorgerelateerd en Somatoform, (kort, middel en intensief). De zorgpaden bestaan uit een aantal basismodules al dan niet aangevuld met plusmodules (middel <= 3 plusmodules en intensief >= 3 plusmodules). De modules zijn gebaseerd op de vigerende multidisciplinaire GGZ-richtlijnen en het Zorgprogramma ‘Leren leven met kanker’, dat door het HDI ontwikkeld is. De regiebehandelaars voeren uit of zien toe op het uitvoeren van conform behandelplan. Na de intake wordt, wanneer sprake van een SGGZ-traject, de indicatiestelling en behandelplan in het (wekelijks) multidisciplinair overleg (MDO) besproken en het behandelbeleid vastgesteld. Vervolgens worden periodiek het behandeleffect en de tevredenheid geëvalueerd met behulp van ROM-vragenlijsten en de resultaten in het MDO besproken. Indien n.a.v. de ROM-uitkomsten of naar mening van de cliënt het behandelbeleid aanpassing behoeft, wordt dit door de regiebehandelaar besproken met de betreffende cliënt en indien van toepassing de uitvoerend behandelaar. Hetzelfde proces wordt bij afronding gehanteerd.

3.1.3 Zorgverleners hun deskundigheid op peil houden

Alle BIG-geregistreerde zorgverleners zijn gehouden aan de wettelijke geregelde verantwoordelijkheden en bevoegdheden die binnen de GGZ van kracht zijn, te wetende wet BIG, Kwaliteitswet Zorginstellingen, de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO), ook op het gebied van de eisen die aan bij- en nascholing ten behoeve van herregistratie worden gesteld.

Scholingsplan

Elk jaar wordt er een scholingsplan en -budget gemaakt en goedgekeurd door MT. Voor GZ-psychologen en uitvoerende behandelaars is er een persoonlijk opleidingsbudget vastgesteld naar rato van de Fte. Psychiaters en klinisch psychologen hebben een apart persoonlijk opleidingsbudget naar rato van Fte, afgestemd op de eisen die aan herregistratie in het kader van de wet BIG worden gesteld.

Lidmaatschappen en kwalificaties

Regiebehandelaren hebben de volgende lidmaatschappen en kwalificaties bij vakverenigingen:

  • ingeschreven in deskundigenbestand NVPO
  • cognitieve gedragstherapeut VGCT© of supervisor VGCT
  • NVvP
  • supervisor NVP
  • EMDR-therapeut of practitioner bij de VEN
  • supervisor en opleider Verenging voor Mindfulness
  • EFT (register)therapeut
  • schematherapeut ©
  • systeemtherapeut NVRG

Uitvoerend behandelaren hebben de volgende lidmaatschappen en kwalificaties bij vakverenigingen:

  • systeemtherapeut of systemisch werker NVRG
  • seksuoloog en/of supervisor NVVS

Daarnaast zijn er lidmaatschappen van de volgende beroepsverenigingen NVPO, NIP, NVGZP, NVvP, Paz en LVMP.

Opleidingsinstelling BIG-opleidingen

Het HDI is erkend opleidingsinstelling voor de volgende opleidingen tot wettelijk geregistreerde BIG-beroepen:

  • gezondheidszorgpsycholoog
  • psychotherapeut
  • klinisch psycholoog

3.2 Samenwerking

3.2.1 Professioneel statuut

Samenwerking binnen het Helen Dowling Instituut en het multidisciplinair overleg is vastgelegd en geborgd in ons professioneel statuut. Ons statuut zorgprofessionals vindt u op www.hdi.nl/statuut-zorgprofessionals.

3.2.2 Gespecialiseerde-GGZ

Binnen het HDI is het multidisciplinair overleg en de informatie-uitwisseling en -overdracht tussen regiebehandelaar en andere betrokken behandelaren als volgt geregeld:

  • Alle betrokken behandelaars zijn onderdeel van een multidisciplinair team (MDO), dit is een vast team dat wekelijks bij elkaar komt onder leiding van een klinisch psycholoog of psychiater. In deze teams zitten BIG-geregistreerde psychologen en uitvoerende behandelaars met een CONO-beroep. Het HDI heeft 6 MDO-teams, 4 in Bilthoven, 2 in Arnhem. Doelstelling van deze MDO’s is indicatiestelling, casuïstiekbesprekingen en intervisie. De bespreking wordt op cliëntniveau vastgelegd in het EPD, waarbij de inhoud en het advies van het team en de aanwezige teamleden worden genoteerd. Daarnaast is er dagelijks een klinisch psycholoog of psychiater beschikbaar voor tussentijds overleg.

3.2.3 Op- en afschalen van de zorgverlening

Het Helen Dowling Instituut hanteert de volgende procedure voor het op- en afschalen van de zorgverlening naar een volgend respectievelijk voorliggend echelon:

  • Uitgangspunt bij elke behandeling, dus ook in geval van op- of afschaling, is het bieden van gepaste hulp. Bij de start van de behandeling wordt zo goed mogelijk een regiebehandelaar behandelfase gekozen, met de juiste expertises, passend bij de zorgbehoefte van de cliënt. Waarbij de complexiteit van de zorgvraag bepalend is voor de keuze van de juiste regiebehandelaar. Wanneer in de intakefase blijkt dat er sprake is van een crisissituatie waarvoor 24-uursbereibaarheid noodzakelijk is, wordt betreffende cliënt naar de (dienstdoende) huisarts terugverwezen, die de crisisdienst kan in schakelen.

Gaande behandeling

De keuze om de zorgverlening op- of af te schalen in de zorg is een vast onderdeel van de periodieke ROM-meting. Het behandelbeleid wordt (minimaal op de evaluatiemomenten) bijgesteld in geval de behandeling (on)voldoende effect heeft naar mening van de cliënt, in samenspraak met de regie- en uitvoerend behandelaar in combinatie met de score op ROM-evaluatievragenlijsten. Wanneer het een bijstelling binnen het afgesproken Zorgpad c.q. zorgproduct (in de GB-GGZ) betreft is het geen op- of afschaling. Wanneer een behandeling in de SGGZ onvoldoende effect heeft wordt dit door de regiebehandelaar in het MDO besproken voordat wordt opgeschaald. Indien het een op-of afschaling naar een externe behandeling betreft wordt met toestemming van cliënt informatie aan de (regie)behandelaar of aldaar overgedragen. De regiebehandelaar kan op deze wijze besluiten de zorg te intensiveren, een andere behandeling en/of mogelijk behandelaar in te zetten, of de klinisch psycholoog of psychiater te consulteren of in consult in te roepen.

Spoed en/of crisissituaties

In geval een cliënt een gevaar lijkt voor zichzelf of anderen wordt de psychiater of klinisch psycholoog door de regie- of uitvoerend behandelaar in consult geroepen, telefonisch of ter plekke. Indien er sprake is van een acute crisissituatie besluit de regiebehandelaar of klinisch psycholoog of psychiater indien mogelijk in overleg met de cliënt dat de (dienstdoende) huisarts in consult wordt geroepen. Is er sprake van suïciderisico dan gaat de Richtlijn Suïcidepreventie in werking.

3.2.4 Escalatieprocedure

Binnen het Helen Dowling Instituut geldt bij verschil van inzicht tussen bij een zorgproces betrokken zorgverleners de volgende escalatieprocedure:
Bij verschil van mening of professionele onenigheid tussen (mede)behandelaars, wordt gehandeld in de volgorde zoals hieronder staat aangegeven:

  1. De professionele standaard en de daarbij horende richtlijnen bieden een oplossing of aanknopingspunten om toch een beslissing te kunnen nemen.
    a. De hierdoor gevonden oplossing wordt uitgevoerd .
    b. De oplossing is ontoereikend, er wordt overgegaan naar fase b.
  2. Opschaling naar de regiebehandelaar (tenzij het dezelfde functionaris betreft), deze doet een voorstel om tot een oplossing te komen
    a. De oplossing is acceptabel en wordt uitgevoerd.
    b. De oplossing is ontoereikend, er wordt overgegaan naar fase c en volgend.
  3. De situatie wordt voorgelegd aan de directeur Zorg(of diens vervanger). De verschillende standpunten gehoord hebbende, neemt de directeur Zorg (of diens vervanger) een besluit.
    a. Het besluit van de directeur Zorg (of diens vervanger) is richtinggevend voor de oplossingsrichting.
    b. Op grond van dit besluit wordt uitvoering gegeven aan de door de directeur Zorg (of diens vervanger) voorgeschreven oplossingsrichting en geldt als richtsnoer voor het verdere zorgproces.

3.3 Dossiervoering en omgang met patiëntgegevens

Ik vraag om toestemming van de cliënt bij het delen van gegevens met niet bij de behandeling betrokken professionals:
Ja

In situaties waarin het beroepsgeheim mogelijk doorbroken wordt, gebruik ik de daartoe geldende richtlijnen van de beroepsgroep, waaronder de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld (bij conflict van plichten, vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld), het stappenplan materiële controle en ik vraag het controleplan op bij de zorgverzekeraar (bij materiële controle):
Ja

Ik gebruik de privacyverklaring als de cliënt zijn diagnose niet kenbaar wil maken aan zijn zorgverzekeraar:
Ja

het Helen Dowling Instituut levert ROM-gegevens aan bij de Stichting Benchmark ggz (SBG) op geaggregeerd niveau ten behoeve van benchmarking:
Ja

3.4 Klachten en geschillenregeling

3.4.1 Klachten

Cliënten kunnen met klachten over een behandeling terecht bij Anette Pet, directeur zorg en interne klachtenfunctionaris voor alle locaties.

Contactgegevens: 030-2524020

De klachtenregeling is hier te vinden: www.hdi.nl/klachtenregeling/.

3.4.2 Geschillen

Cliënten kunnen met geschillen over behandeling terecht bij De Geschillencommissie.

Contactgegevens: Postbus 90600 2509 LP Den Haag

De geschillenregeling is hier te vinden: www.degeschillencommissiezorg.nl/clienten/zorgcommissies/zorgalgemeen/.

3.5 Het behandelproces – het traject dat de cliënt in deze instelling doorloopt

3.5.1 Wachttijd voor intake en behandeling

Cliënten vinden informatie over wachttijden voor intake en behandeling via: www.hdi.nl/behandeling. Daarnaast kunnen cliënten hun wachttijd raadplegen in hun eigen cliëntportaal, of telefonisch.

3.6 Aanmelding en intake

3.6.1 De aanmeldprocedure is in de organisatie als volgt geregeld

De verwijzing via Zorgdomein of de telefonische, digitale aanmelding wordt ontvangen door het secretariaat. Zij nemen indien nodig contact op voor aanvulling van ontbrekende gegevens en/of een verwijsbrief.

Triage

Na aanmelding vindt een triage plaats door KP/GioS. Er wordt gefilterd op spoed-aanmeldingen en cliënten die niet geïndiceerd zijn voor behandeling bij het HDI. Bij twijfel vindt er overleg plaats met verwijzer. Cliënt krijgt een bevestiging van aanmelding via de e-mail.

Wachttijd voor intake

Cliënt staat op een wachtlijst voor intake tot er plaats is bij een intaker. In deze periode wordt er nog geen zorgtraject geopend en is de verwijzer/huisarts nog behandelverantwoordelijk voor de cliënt.

Intake

Als een cliënt aan de beurt is voor intake, vult deze online de intakevragenlijst (met ROM) in. Daarna wordt cliënt gezien (face to face of via beeldbellen) door een intaker. De intaker is een regiebehandelaar (GZ-psycholoog of klinisch psycholoog). Wanneer er sprake is van een spoedintake mag ook een niet BIG-geregistreerd behandelaar de intake doen, mits er op die dag een regiebehandelaar beschikbaar is om aan te sluiten of na te bellen.

Er wordt een inschatting gemaakt van:

  • Aansluiting van de zorgvraag bij de expertise en doelgroep van het HDI. Indien dit niet het geval is, vindt overleg plaats met verwijzer en wordt cliënt terugverwezen.
  • Ernst en complexiteit van de pathologie. Op basis daarvan wordt besloten tot een basis- of specialistisch kader. Zo nodig wordt dit omgezet.
  • Urgentie van de hulpvraag en problematiek. Cliënt wordt eventueel op de spoedlijst gezet om met voorrang te worden ingepland voor een focusgesprek. Zie documentmanagement voor spoedcriteria.
  • DSM- classificatie(s) passend bij de problematiek van cliënt.
  • Voorlopige behandeldoelen
  • Zorgpad en meest passende behandellijn in overleg met cliënt (shared decision making)
  • Interventies waarmee de wachttijd overbrugd wordt, in overleg met cliënt. Hier zijn verschillende mogelijkheden voor. Zie kopje wachttijd hieronder en ook de informatie over onze online Welkomstmodule (Wellbee e-Health) en onze andere zelfmanagement-bevorderende modules in Karify. E-health is zodoende vanaf de start ingebed in ons zorgproces. Met cliënt wordt verder besproken wat te doen bij verergering van problemen.

Bovenstaande wordt aan het einde van het intakegesprek met cliënt besproken.

Het behandeltraject wordt geopend op de datum van de intake. De verwijzer ontvangt een bevestiging van de start van de behandeling. Na de intake wordt de intaker regiebehandelaar. Deze is vervolgens verantwoordelijk voor de zorg van cliënt bij het Helen Dowling Instituut tot dat de zorg wordt overgedragen aan een andere regiebehandelaar, of het traject wordt beëindigd.

Behandelovereenkomst

Na het intakegesprek vult de therapeut het intakeformulier in en maakt daarmee een concept-behandelovereenkomst. Daarin wordt de (beschrijvende) diagnose, behandeldoelen en het gekozen zorgproduct (GBGGZ) of zorgpad (SGGZ). Ook wordt besproken: de verwachte duur van de behandeling, de wijze waarop en wanneer de behandeling geëvalueerd wordt. De regiebehandelaar zorgt voor de afstemming tussen de verschillende zorgverleners. Cliënt wordt multidisciplinair besproken bij SGGZ-indicatie of bij twijfel. En de uitkomst en het advies worden gerapporteerd in het EPD. In het geval dat cliënt en regiebehandelaar niet tot overeenstemming kunnen komen met betrekking tot de diagnose en/of behandelplan, wordt dit eerst in het multidisciplinair team voorgelegd, waarin de klinisch psycholoog of psychiater een beslissende stem heeft.

Er wordt een conceptbehandelovereenkomst gemaakt, waarna deze door de therapeut digitaal naar cliënt wordt verzonden. Middels overleg tussen cliënt en therapeut kan de behandelovereenkomst aangepast worden, tot cliënt schriftelijk akkoord gaat.

Wachttijd tot focusgesprek

Na intake volgt de wachttijd tot aan het ‘focusgesprek’, waarna het gepersonaliseerde deel van de behandeling begint. In deze periode worden cliënten geacht aan de slag te gaan met de interventies waar zij tijdens intake mee hebben ingestemd. Te denken valt aan onze generieke Welkomstmodule, groepsbehandeling zoals onze startgroep, online modules in Karify of zelfzorg.

Focusgesprek

Na maximaal 10 tot 12 weken komt er een focusgesprek met een behandelaar die qua expertise aan kan sluiten op de voorlopige behandellijn die is ingezet. Cliënt vult voor aanvang van dit gesprek een ROM in, zodat de behandelaar een actueel beeld heeft van de psychische klachten. In het focusgesprek worden de klachten, behandeldoelen en ontwikkelingen geëvalueerd, waarna de behandeldoelen indien nodig verder worden uitgewerkt. De vorm van behandeling bestaat uit een online traject, uit face-to-face gesprekken, of uit een combinatie hiervan (blended). Indien de vervolgbehandelaar Big-geregistreerd is, neemt deze het regiebehandelaarschap over. Indien de vervolgbehandelaar niet Big-Geregistreerd is, bespreekt hij/zij de aanvullingen/ wijzigingen van behandeldoelen met de regiebehandelaar. Cliënt heeft tijdens het hele zorgtraject het recht om te vragen om van regiebehandelaar te veranderen.

3.6.2 Terugverwijzing naar de verwijzer

Binnen het Helen Dowling Instituut wordt de cliënt terugverwezen naar de verwijzer

  • indien mogelijk met een passend advies
  • indien geen passend aanbod heeft op de zorgvraag van de cliënt

Ja

3.7 Diagnose

De regiebehandelaar is verantwoordelijk voor het (doen) vaststellen van de diagnose. De regiebehandelaar heeft de cliënt beoordeeld in het intakegesprek. Wanneer er sprake is van een spoedintake mag ook een niet BIG-geregistreerd behandelaar de intake doen. De regiebehandelaar is dezelfde dag beschikbaar om aan te sluiten of na te bellen. Delen van het diagnostische proces kunnen door anderen dan de regiebehandelaar worden verricht. De cliënt heeft altijd de mogelijkheid een andere zorgverlener te consulteren als hij dit wenst of als er een wettelijke basis voor is. De cliënt wordt op een voor hem begrijpelijke wijze op de hoogte gesteld van de diagnose en wat het betekent om die diagnose te hebben. Samen met de cliënt worden de behandeldoelen en hulpvraag geformuleerd. Hij krijgt een heldere omschrijving van de relevante behandelopties, het doel, de kans op succes en de mogelijke risico’s en neveneffecten (zoals pijn, hinder of sociale gevolgen) mede aan de hand van eventueel eerdere ervaringen van de cliënt. Als de cliënt niet direct na diagnostiek kan starten met de behandeling, is de regiebehandelaar de eerstverantwoordelijke voor de zorg van de cliënt. Aan het eind van het intakegesprek/de intakegesprekkenstelt de regiebehandelaar een diagnose vast op basis van de informatie zoals verkregen bij verwijzing, de ingevulde vragenlijst bij intake, het intakegesprek en informatie uit eventuele andere gebruikte diagnostische vragenlijsten. Binnen de SGGZ bespreekt de regiebehandelaar de diagnose en indicatiestelling in het multidisciplinaire team (MDO) (onder leiding van een klinisch psycholoog). Een en ander wordt schriftelijk vastgesteld in een behandelovereenkomst waarin klachten, hulpvraag, beschrijvende diagnose, DSM-classificatie, behandeldoelen en het behandelplan zijn vastgelegd. De behandelovereenkomst wordt mondeling voorbesproken met cliënt. Hij/zij ontvangt via het cliëntportaal in Wellbee, of via het Karify Portaal (voor de minder-moe behandelingen), de behandelovereenkomst die cliënten digitaal kunnen accorderen of schriftelijk hun akkoord op kunnen geven. Cliënt kan via berichten-box/telefoon/e-mail vragen stellen over de behandelovereenkomst. Akkoord op de behandelovereenkomst wordt vastgelegd in het EPD.

3.8 Behandeling

3.8.1 Behandelplan

Het behandelplan wordt als volgt opgesteld (beschrijving van proces en betrokkenheid van cliënt en (mede-)behandelaren, rol multidisciplinair team):

3.8.2 Behandeling

De regiebehandelaar is tijdens de behandeling het aanspreekpunt. Hij is ervoor verantwoordelijk dat de cliënt een behandeling krijgt volgens de gangbare zorgstandaarden en richtlijnen en dat er een goede afstemming plaatsvindt met eventuele andere behandelaars. Hij stelt samen met de cliënt en eventueel zijn naasten, een behandelplan op dat wordt beschreven in een behandelovereenkomst.

De behandelovereenkomst bevat de volgende onderdelen:

  • de hulpvraag van cliënt
  • een DSM classificatie en een beschrijvende diagnose
  • de doelen voor een bepaalde (te evalueren) periode gesteld, gebaseerd op de wensen, mogelijkheden en beperkingen van de cliënt
  • behandelbeleid: de wijze waarop de behandelaar(s) en de cliënt de gestelde doelen trachten te bereiken (zoveel mogelijk geformuleerd in de vorm van beschikbare producten of zorgpaden)
  • wie voor de verschillende onderdelen van de zorg verantwoordelijk is en op welke wijze afstemming plaatsvindt tussen meerdere behandelaars, en wie de cliënt op die afstemming kan aanspreken (de regiebehandelaar)
  • evaluatiemomenten en de wijze waarop geëvalueerd wordt
  • wederzijdse verwachtingen
  • privacy met een verwijzing naar het privacystatement op onze website (www.hdi.nl)
  • een verwijzing naar de Algemene Voorwaarden (www.hdi.nl/algemenevoorwaarden), waarmee cliënt akkoord gaat bij ondertekening.

Ad e. Wanneer er verschillende zorgaanbieders gelijktijdig bij de behandeling betrokken zijn, worden afspraken hierover over de samenwerking tevens vastgelegd in het behandelplan. De regiebehandelaar zorgt voor de afstemming tussen de verschillende zorgverleners, die kan door de patiënt/cliënt aangesproken worden op die afstemming. De wijze waarop de afstemming tussen verschillende zorgverleners binnen het HDI plaatsvindt is in de regel in de multidisciplinaire teams, schriftelijk vastgelegd in medisch dossier.

Ad f. De regiebehandelaar evalueert periodiek en tijdig met de cliënt en eventueel zijn naasten op basis van gelijkwaardigheid de voortgang, doelmatigheid en effectiviteit van de behandeling. In het behandelplan is opgenomen welke periode hiervoor wordt gehanteerd. De keuze om op- of af te schalen in de zorg is een vast onderdeel van de periodieke behandelevaluatie. Wanneer blijkt dat er onvoldoende toegevoegde waarde is van de behandeling kan de behandeling worden bijgesteld, overgedragen of beëindigd. Indien de behandeling wordt bijgesteld wordt een hernieuwd behandelplan met de cliënt afgestemd.

Ad g. In de Algemene voorwaarden staat bij wie cliënt terecht kan als hij een klacht heeft over zijn behandeling/behandelaar. De regiebehandelaar stelt het behandelplan vast, nadat instemming verkregen is van de cliënt op basis van het voorgestelde behandelplan. De cliënt krijgt een (online) kopie met toelichting van de behandelovereenkomst. Er wordt een brief naar de huisarts (of andere verwijzer) verstuurd waarin staat dat cliënt bij het HDI in behandeling komt, tenzij de cliënt hiertegen bezwaar maakt. In de algemene voorwaarden is opgenomen op welke manier te handelen bij een crisis en op welke manier tijdens afwezigheid van de regiebehandelaar voor waarneming wordt zorggedragen. Wanneer afronding geïndiceerd is legt de regiebehandelaar de uitkomsten van de ROM-meting en het evaluatiegesprek met cliënt voor in het multidisciplinair team. Vervolgens wordt het advies van het team met cliënt besproken. Bij afronding, verlenging en opschaling van de behandeling worden de huisarts en/of andere verwijzer in kennis gesteld van het verloop en resultaat van de behandeling.

3.8.3 Het aanspreekpunt van de cliënt tijdens de behandeling is de regiebehandelaar

De regiebehandelaar zorgt ervoor dat in samenspraak met de cliënt een behandelplan wordt opgesteld en stelt dit vast in een behandelovereenkomst; hij draagt er zorg voor dat dit wordt uitgevoerd en – wanneer omstandigheden daartoe aanleiding geven – wordt bijgesteld. De regiebehandelaar draagt er zorg voor dat de verrichtingen of activiteiten van alle behandelaars die beroepshalve bij de behandeling van de cliënt betrokken zijn – en dus ook zijn of haar eigen verrichtingen of activiteiten – op elkaar zijn afgestemd. Wanneer meerdere externe zorgaanbieders tegelijkertijd bij de behandeling van de cliënt zijn betrokken, spant de regiebehandelaar zich in voor een goede samenwerking en afstemming, met toestemming van de cliënt. De cliënt kan in samenspraak met de regiebehandelaar in de intakefase kiezen wie van de bij de behandeling betrokken zorgverleners als regiebehandelaar in de behandelfase zal optreden. Een wisseling van regiebehandelaar gebeurt altijd in overleg met de cliënt en eventueel zijn naasten, en kan mogelijk zijn in geval van: – een nieuwe fase van de behandeling (bijvoorbeeld van intakefase naar behandelfase) – een wijziging in het behandelplan, met als gevolg wijziging van de zorgverlener(s) of van het zwaartepunt in de behandeling – op verzoek van de cliënt (met redenen omkleed) – de regiebehandelaar gedurende langere tijd niet, of niet meer beschikbaar is (bijvoorbeeld in geval van ziekte, overplaatsing of ontslag).

Bij wisseling van regiebehandelaarschap is de overdragende regiebehandelaar verantwoordelijk voor een goede overdracht van alle gemaakte afspraken en legt dit vast in het dossier. In geval van (langdurige) afwezigheid van de betreffende regiebehandelaar is een van de klinisch psychologen of het hoofd patiëntenzorg hiervoor verantwoordelijk. De regiebehandelaar coördineert de afstemming tussen alle betrokken zorgverleners en is verantwoordelijk voor de onderlinge afstemming van de behandeling. Het overleg is gericht op overeenstemming door middel van gezamenlijke besluitvorming. Bij verschil van mening of inzicht over de in te stellen behandeling heeft de regiebehandelaar uiteindelijk de doorslaggevende stem, echter niet eerder dan nadat alle betrokken deskundigen gehoord zijn. Indien een verschil van mening of inzicht niet op deze manier kan worden opgelost voorziet het HDI in een escalatieprocedure waarvan zowel de regiebehandelaar als de overige bij de behandeling betrokken behandelaars gebruik kunnen maken. De regiebehandelaar draagt niet de verantwoordelijkheid voor de door andere zorgverleners tijdens het behandelingstraject uitgevoerde afzonderlijke verrichtingen en interventies. Daarvoor zijn en blijven die andere zorgverleners zelf ten volle verantwoordelijk.

Overige taken en verantwoordelijkheden van de regiebehandelaar:

  • De regiebehandelaar weet zich overtuigd van de bevoegdheid en bekwaamheid van de andere betrokken zorgverleners in relatie tot de zelfstandige uitvoering van het deel van de behandeling waarvoor zij verantwoordelijk zijn.
  • De regiebehandelaar ziet er op toe dat de dossiervoering voldoet aan de gestelde eisen. Andere betrokken zorgverleners hebben een eigen verantwoordelijkheid in de adequate dossiervoering.
  • De regiebehandelaar laat zich informeren door de andere bij de behandeling betrokken zorgverleners, zo tijdig en voldoende als noodzakelijk is voor een verantwoorde behandeling van de cliënt. De regiebehandelaar toetst of de activiteiten van anderen bijdragen aan de behandeling van de cliënt en passen binnen het door de regiebehandelaar in overleg met de cliënt vastgestelde behandelplan.
  • De regiebehandelaar en de andere betrokken behandelaren treffen elkaar ten behoeve van periodieke evaluatie van het behandelplan in persoonlijk contact en/of in teamverband, zo mogelijk in aanwezigheid van de cliënt, met de daartoe noodzakelijke frequentie, op geleide van de problematiek/vraagstelling van de cliënt.

De regiebehandelaar draagt zorg voor goede communicatie met de cliënt en diens naasten (indien van toepassing en indien toestemming hiervoor is verkregen) over het beloop van de behandeling.

3.8.4 Escalatieprocedure

Wanneer er sprake is van een verschil van mening of inzicht met de regiebehandelaar over de te volgen behandeling van een cliënt, kan de behandelaar een beroep doen op de door het HDI opgestelde escalatieprocedure.

Bij verschil van mening of professionele onenigheid tussen (mede)behandelaars, wordt gehandeld in de volgorde zoals hieronder staat aangegeven:

  1. De professionele standaard en de daarbij horende richtlijnen bieden een oplossing of aanknopingspunten om toch een beslissing te kunnen nemen.
    a. De hierdoor gevonden oplossing wordt uitgevoerd.
    b. De oplossing is ontoereikend, er wordt overgegaan naar fase b.
  2. Opschaling naar de regiebehandelaar (tenzij het dezelfde functionaris betreft), deze doet een voorstel om tot een oplossing te komen.
    a. De oplossing is acceptabel en wordt uitgevoerd.
    b. De oplossing is ontoereikend, er wordt overgegaan naar fase c en volgend.
  3. De situatie wordt voorgelegd aan het hoofd patiëntenzorg (of diens vervanger). De verschillende standpunten gehoord hebbende, neemt het hoofd patiëntenzorg een besluit.
    a. Het besluit van het hoofd patiëntenzorg is richtinggevend voor de oplossingsrichting.
    b. Op grond van dit besluit wordt uitvoering gegeven aan de door het hoofd patiëntenzorg voorgeschreven oplossingsrichting en geldt als richtsnoer voor het verdere zorgproces.

3.8.5 Monitoring

Elke behandeling start met een voormeting voor het intakegesprek.

  • Na het intakegesprek wordt de indicatiestelling en behandelplan in het MDO (bij SGGZ) door de regiebehandelaar intakefase en eventuele uitvoerend behandelaar besproken.
  • Voor het focusgesprek wordt de ROM-evaluatie afgenomen.
  • Na 3 maanden wordt ROM-evaluatie afgenomen en met cliënt en in het MDO besproken.
  • Bij vragen over, problemen bij anderszins veranderingen m.b.t. de voortgang wordt de cliënt besproken in het MDO, waarvan verslag in het EPD wordt genoteerd.
  • Aan het eind van het zorgproduct, zorgpad of bij verlenging wordt ROM-evaluatie afgenomen en met cliënt en in het MDO besproken.
  • Uitgebreide psychodiagnostiek of het incidentele gebruik van andere vragenlijsten kan voorkomen. De keuze om op- af te schalen is vast onderdeel van elke periodieke evaluatie.

3.8.6 Evaluatie

De ROM-metingen zijn onderdeel van elke behandeling, waarmee het behandeleffect en tevredenheid met de behandeling worden gemeten. De uitkomsten worden altijd onder verantwoordelijkheid van de regiebehandelaar met de cliënt besproken en gebruikt om indien nodig de behandeling bij te sturen of af te sluiten.

Op vastgelegde momenten worden ROM-metingen afgenomen via NET Q:

  • Startmeting, na aanmelding en voor intake: de HDI Intakevragenlijst incl. HADS en CIS vermoeidheid. Zodra de verwijsbrief binnen is, krijgt de cliënt via email een link van de vragenlijst bij intake. Wanneer deze vragenlijst is ingevuld neemt het secretariaat contact op met cliënt voor het maken van een afspraak voor een intakegesprek met een van de regiebehandelaars.
  • Tussenmeting, na 3 maanden en vóór verlenging: HADS, CIS vermoeidheid en rapportcijfer en open vraag naar mogelijke verbeteringen. Na 3 maanden wordt via email een uitnodiging voor het in vullen van de vragenlijst -mail naar de cliënt verstuurd met een link naar de vragenlijst door de therapeut.
  • Eindmeting, vóór afsluiting van de behandeling: HADS, CIS vermoeidheid, CQI (tevredenheid), afsluitende vragenlijst. De eindmeting wordt enige tijd voor de mogelijke afsluiting via dezelfde procedure verzonden en (mede) gebruikt om te bepalen of afronding passend is en wat aan nazorg gewenst is.

3.8.7 Tevredenheid

De tevredenheid van cliënt is altijd een aandachtspunt in het contact met cliënt.

  • Dit uit zich enerzijds door een klantvriendelijke in de bejegening: aan de telefoon door het secretariaat, bij de ontvangst op locatie door voor zover mogelijk gastvrouwen en -heren in te zetten en in de bejegening door de betrokken behandelaars.
  • Gedeelde besluitvorming is uitgangspunt bij elke stap in de behandeling.
  • De tevredenheid wordt gemeten door cliënt bij de tussenmetingen na 3 maanden en vóór mogelijke verlenging naast de standaard evaluatievragenlijsten ook om een rapportcijfer voor de behandeling tot dan toe te vragen en middels een open vraag naar mogelijke verbeteringen
  • Bij de eindmeting die vóór afsluiting van de behandeling wordt afgenomen wordt naast de standaard evaluatievragenlijsten ook de CQI die expliciet de tevredenheid meet, afgenomen.

3.9 Afsluiting/nazorg

3.9.1 Afsluiting

Op de afgesproken evaluatiemomenten of als daar naar de mening van cliënt en/of regiebehandelaar aanleiding voor is, bespreekt de regiebehandelaar met de cliënt en eventueel zijn naasten de resultaten van de behandeling (tot dan toe) en mogelijke vervolgstappen. De evaluatievragenlijsten worden bij aanmelding, 3 maanden na start behandeling, bij mogelijke verlenging en voor afsluiting van de behandeling afgenomen. De keuze om op- af te schalen is onderdeel van de periodieke evaluatie. Bij afsluiting wordt de verwijzer in kennis gesteld middels een eindrapportage, inclusief eventuele adviezen, tenzij de cliënt hiertegen bezwaar maakt. Indien een externe vervolgbehandeling nodig is wordt hierover gericht advies gegeven aan de verwijzer.

3.9.2 Nazorg

Wanneer een behandeling is afgesloten kan de cliënt bij terugval zich via de verwijzer opnieuw aanmelden bij het HDI. In geval binnen 35 dagen de cliënt voor dezelfde primaire diagnose weer in zorg komt, wordt de afgesloten DBC heropend. indien de tussenliggende tijd van heraanmelding tussen de 35 en 365 dagen ligt, wordt in de triage bekeken wat het meest passend is: heropenen van de afgesloten DBC of het openen van een vervolg-DBC met als reden exarcebatie/redicidive. Indien deze termijn de 365 dagen overschrijdt, wordt een nieuwe initiële DBC geopend. Wanneer de cliënt voor een andere primaire diagnose in zorg komt dan de primaire diagnose van de afgesloten DBC, wordt altijd een nieuwe initiële DBC geopend.

In de GB-GGZ wordt bij heraanmelding altijd een nieuw zorgtraject geopend. In geval van crisis na afsluiting, wordt, voordat iemand in zorg genomen wordt, altijd eerst contact opgenomen met de huisarts, aangezien het HDI geen 24-uur crisisopvang aanbiedt.

4 Ondertekening

Naam bestuurder van het Helen Dowling Instituut:

J.M.G. Haanraadts

Plaats:

Bilthoven

Datum:

14-03-2019

Ik verklaar dat ik me houd aan de wettelijke kaders van mijn beroepsuitoefening, handel conform het model kwaliteitsstatuut en dat ik dit kwaliteitsstatuut naar waarheid heb ingevuld:

Ja

Bij het openbaar maken van het kwaliteitsstatuut voegt de ggz-instelling de volgende bijlagen op de registratiepagina van www.ggzkwaliteitsstatuut.nl toe:

Een afschrift/kopie van het binnen de instelling geldende kwaliteitscertificaat (HKZ/NIAZ/JCI en/of ander keurmerk);

Zijn algemene leveringsvoorwaarden;

Het binnen de instelling geldende professioneel statuut, waar de genoemde escalatie-procedure in is opgenomen.

Inhoud

  1. Goedgekeurd kwaliteitsstatuut ggz-instelling
  2. Algemene informatie
  3. Organisatie van de zorg
  4. Ondertekening

Zo beoordelen cliënten onze zorg.

Bekijk hier de volledige resultaten uit ons tevredenheidsonderzoek. Onze zorg ook beoordelen? Dat kan op Zorgkaart Nederland.

Tevredenheid

Afname stemmingsklachten

Zou ons aanbevelen